MARCELLA KLEINE    Boeken met spanning

 Ode aan een vriend

We hebben hem nooit als ons kind beschouwd of behandeld, maar hij was een vriend, die deel uitmaakte van ons gezin. Hij was lid van ons gezin. Bijna 12 jaar lang. Hij heeft onze verhuizing van het westen naar het noorden van het land meegemaakt en alleen daardoor al hoorde hij meer bij ons dan alle anderen, die ons gezin daarna kwamen aanvullen. 

Maar niet alleen dat maakte het verschil. Maxi was niet zomaar een hond, hij was een mensenhond. Ergens diep van binnen school er een mens in Max. Uit zijn ogen straalde een wijsheid en begrip, zoals ik bij maar weinig honden heb gezien. Ook zijn manier van aanvoelen en reageren was minder honds dan ik bij andere honden zie. Voor mensen, die geen dieren hebben, zal dit vreemd klinken. Maar ik weet zeker dat er ook mensen zijn die dit wel herkennen.

Onze andere hond, is een lieve, fijne hond. Maar het is op en top een hond.
Van alle katten, die wij in ons leven hebben gehad – en dat waren er heel veel – was er één, die ook een waardige wijsheid uitstraalde en zo geheel anders was dan alle andere katten.
Ook bij onze pony’s zie ik dat terug. De een is gewoon een lieve pony, die dom achter je aanloopt of dom uit het weiland ontsnapt, alleen maar omdat het gras bij de buren groener is. De andere pony is gevoelig, heeft oog voor ons en voor haar omgeving en er is echt contact. Totdat je op haar rug gaat zitten, daar is ze minder van gediend. Maar dat vinden de meeste mensen ook niet prettig, hetgeen maar weer bevestigt dat zij meer mens dan dier is.

Terug naar Maxi.
Onze kinderen waren nog maar 10 en 8 jaar toen zij uit het dierenasiel een hond  mochten uitzoeken. Wekenlang belde ik met het dierenasiel, maar telkens was er geen hond beschikbaar. Ik begreep daar niets van. Alle dierenasiels zaten toch altijd overvol? Tot ik weer belde en te horen kreeg dat er de avond daarvoor een driejarige hond was gebracht. Enthousiast gaf ik aan dat wij direct zouden komen kijken. Aan de andere kant van de lijn klonk een aarzeling door. Het was geen ‘kijkdag’ en bovendien wisten ze nog helemaal niet of de hond wel met kinderen en katten kon omgaan. De hond was van een hoogbejaarde dame geweest en was er niet aan gewend om in een gezin te wonen. De vrouw moest hem wegdoen omdat ze hem – na een val – niet meer kon uitlaten. Het maakte mij allemaal niet uit en ik drong aan op een afspraak.
Nou vooruit, we konden komen.

De hondenafdeling van het asiel was inderdaad leeg, op één hokje na. Daar zat, helemaal achterin een angstig zwart-wit gevlekt hondje in een hoekje weggedoken. Toen de medewerkster hem tevoorschijn haalde, stond hij te trillen als een angstig juffershondje.
‘Dit is Maxi.’
Ik weet niet of het door zijn naam kwam, door de angst die hij uitstraalde of door zijn koddige lijf, maar de kinderen waren op slag verliefd op hem.
Mijn man en ik keken elkaar aan en lazen dezelfde gedachte in elkaars ogen. Dit was niet de hond, die wij zochten. Wij wilden een echte hond. Geen saucijsje dat bijna uit zijn vel knapte. Om het moment van beslissen nog even uit te stellen, vroegen wij of we hem even mee naar buiten mochten nemen. Buiten bleek pas goed dat Maxi niet gewend was om te lopen en vreselijk bang was. Hij stond al gauw stil, wilde niet verder en stond te trillen op zijn pootjes. Mooi, dit is het moment waarop de kinderen zullen zeggen dat ze hem toch saai vinden, dachten mijn man en ik opgelucht. Niets was minder waar. Maxi vertederde hen en ze wilden nog maar één hond en dat was Maxi.
Wij hebben onze teleurstelling weggeslikt. Geen stoere hond om lange tochten mee te maken en om je beschermd te voelen, maar een dikke rolmops.

Thuisgekomen met Maxi wees ik hem zijn kussen. ‘Dat is jouw plek, Maxi’.
Zo’n anderhalf uur later lag Max nog steeds danig onder de indruk op het kussen.
Toen ging ook mijn hart voor hem open.
Vanaf dat moment begon Max zich bij ons thuis te voelen. Tijdens onze wandelingen kon hij zijn geluk niet op en liep hij telkens rondjes om ons heen om zijn roedel - zijn familie – bij elkaar te houden.
Hij was zo blij. Maxi had niet alleen ons leven verrijkt, wij hadden ook zijn leven verrijkt.
De eerste keer dat we hem uitlieten, moesten we direct al kritiek incasseren.
Twee spelende jongetjes riepen ons na. ‘Haha, een gekrompen koe.’
Naast dat het eigenlijk komisch was, was het ook een opmerking om nooit meer te vergeten en die we nog vaak memoreren.

De kinderen hebben Maxi leren rennen. Dat kon hij niet. Hij was gewend om te worden uitgelaten op de middenberm van de drukke  De Lange Nieuwstraat in IJmuiden, waar de oude dame woonde. Er ging een wereld voor Maxi open toen wij hem meenamen naar de recreatieplas vlak bij ons huis en naar het strand. Hij genoot en kon steeds beter met de kinderen meerennen.

Toen we een huis in Drenthe zochten, ging Maxi elk weekend met ons mee.
Onderweg stopten we om hem uit te laten en even met de bal te gooien. Eenmaal een leegstaande boerderij naar onze zin gevonden, liet Maxi ook merken dat hij het er helemaal mee eens was. Als een haas sprong hij rond door de tuin, waarin het gras meer dan een halve meter hoog was en wij bij elke sprong zijn vrolijke kop boven zagen komen.
Tijdens het klussen sliepen wij met z’n allen – ja, Maxi ook – in slaapzakken in één van de kamers onder het rieten dak.

Nog uren kan ik doorschrijven over Maxi. Ook over zijn contact met andere mensen. Hij kende iedereen en was voor iedereen vriendelijk. Ook toen hij blind en doof werd en suikerziekte bleek te hebben. Nog steeds maakten wij mooie wandelingen met hem.
Niet meer over het strand, maar door het Drents Friese Wold.
Hij heeft het nog lang volgehouden, ondanks dagelijks tweemaal insuline spuiten, al werden de wandelingetjes wel steeds korter.

Toen wij twee jaar geleden door Tsjechië trokken en genoten van een heerlijke en vooral ook goedkope vakantie, werd Maxi – die we niet hadden meegenomen - ziek van heimwee naar ons en kwam in een dierenkliniek terecht. Uiteraard zijn we toen direct teruggereden naar Nederland, waar we hoorden dat Max nog een paar dagen opgenomen moest blijven. Zijn 5-daags verblijf daar bleek duurder te zijn dan onze hele vakantie was.
We hebben nog vaak grapjes gemaakt over Maxi’s luxe all inclusive vakantie terwijl wij met een trekkerstentje in het natte Tsjechië waren en elke keer verheugd uitriepen ‘Wat een heerlijke goedkope vakantie’.
Afgelopen jaar zijn we niet op vakantie geweest. We wisten nu dat Maxi niet meer zonder ons kon en wij waren veel te blij dat het weer goed was gekomen met hem. Zolang dat staartje bleef wapperen ten teken dat hij blij was en hij interesse bleef tonen in de omgeving en mensen om hem heen, was het goed. Mocht hij blijven. Ondanks het feit dat hij steeds meer zorg en aandacht nodig had.

In november ging het ineens heel slecht met hem. Zo slecht dat we – na 2 dagen opname in een dierenkliniek - geen andere keuze hadden dan hem te laten inslapen. We hebben hem toen naar huis gehaald en een afspraak voor de volgende ochtend gemaakt. Toen de dierenarts binnenkwam stond Maxi echter ineens op en liep zwaaiend met zijn staartje naar haar toe.  Het was alsof hij aanvoelde dat zijn doodvonnis was geveld en hij zelf aangaf er nog niet klaar voor te zijn. ‘Toch nog maar even aankijken,’ zei de dierenarts die ’s morgens mijn twijfels tijdens ons telefoongesprek had weerlegd door te zeggen dat zij de beslissing wel zou nemen. ‘Na het weekend moet hij zeker worden ingeslapen. Langer zal hij het niet redden.’
Zij kon niet weten dat Max letterlijk en figuurlijk een ‘die hard’ was.
Een vechter, die enorm aan ons hing en dan ook weer opknapte en zin in het leven had.

Een paar dagen geleden – 5 maanden na het bezoek van de dierenarts - echter begon hij met zijn achterpoten te slepen en kon hij letterlijk alleen nog maar lopen met vallen en opstaan. Hoe moeilijk ook, dit was voor ons het moment om te beslissen dat hij niet verder kon leven. Zo’n moeizaam bestaan wilden we hem niet aandoen.

Met pijn hebben we afscheid van hem genomen. Hij is waardig en rustig in zijn vertrouwde omgeving ingeslapen. We merkten ook dat hij het zelf goed vond. Hij heeft even naar de dierenarts op gekeken en legde toen zijn hoofdje berustend neer waardoor zij hem een slaapmiddel en vervolgens nog ‘het’ middel kon toedienen.
De dierenarts verdient een pluim voor de rustige en respectvolle manier waarop zij hem liet inslapen en ons verdriet de ruimte gaf.
Met het hele gezin om hem heen geschaard en met onze handen op zijn lijfje heeft Maxi zijn laatste adem uitgeblazen. Met mooie stemmige muziek op de achtergrond.
Nu heeft Maxi een mooi plekje in onze tuin.

Met Maxi hebben we de beste hond gehad, die we ooit hadden kunnen kiezen.
Gelukkig zagen onze kinderen indertijd direct wat een lief en bijzonder hondje er in Maxi school. Alsof zij wisten dat hij een vriend van het hele gezin zou worden.

Over de dagen na zijn overlijden wil ik het niet uitgebreid hebben.
Natuurlijk kun je het overlijden van een dier niet vergelijken met het overlijden van een mens, maar dierenliefhebbers weten dat het ook verdriet geeft als je huisdier overlijdt.
De tranen zitten hoog en komen op bij elke gedachte aan zijn lieve snoetje.
Bovendien is het erg leeg in huis. Max sliep voor de trap alsof hij ons allemaal bewaakte. 
’s Morgens stond hij voor onze slaapkamerdeur op ons te wachten en volgde elke stap, die ik zette. Als de wc- of badkamerdeur voor zijn neus dichtging, dan bleef hij gewoon zitten wachten tot ik er weer uit kwam. Ik moest er altijd op bedacht zijn om de deur niet te wijd open te duwen en hem tegen zijn kop te stoten.
Kortom, het zal wel even duren voor we eraan gewend zijn dat Maxi er niet meer is.

Maxi’s leven is voltooid en ik ben blij dat ik hem al eerder een plekje in mijn boek De Voltooiing heb gegeven, waardoor hij toch een beetje vereeuwigd is.

Adieu Max!

Klik hier om een voorleesfragment over Maxi te horen uit mijn boek De Voltooiing.
Aan het einde daarvan staan ook foto's van Max
n
 

TerugVerder