MARCELLA KLEINE    Boeken met spanning

 Nachtblind

Ik roep het al zolang als ik autorijd: 'Ik ben nachtblind'.
In het donker verworden de lichten van tegemoetkomende auto's tot wazige sterren op de snelweg. Wegaanwijzingen zie ik te laat en bochten in de weg doemen onverwachts op.

Nog erger wordt het wanneer het regent.
Dan zou ik het liefst stapvoetsrijden, maar ja, dat schiet ook niet op.
Bovendien vind ik mensen, die te langzaam rijden eigenlijk wegmisbruikers omdat ze door hun te trage vaart anderen tot inhalen dwingen.
Als je - net als ik - in een provincie woont waar veel tweebaanswegen zijn, is inhalen vaak een riskante onderneming.
Zeker in het donker als je nachtblind bent.

Nee, autorijden in het donker is voor mij geen pretje.

Maar eerlijk is eerlijk, soms maak ik er een pretje van!
Want wat is er heerlijker dan na een nachtelijk feestje, als je nog een lange autorit voor de boeg hebt, het excuus te hebben van nachtblindheid?
Zo zie je maar dat ieder nadeel een voordeel heeft.
Twee zelfs want ik hoef de Bob niet te zijn en ik kan heerlijk slapen terwijl mijn partner er voor zorgt dat wij veilig thuiskomen.

Je zou bijna denken dat ik nachtblindheid voorwend omdat dit zo zijn voordelen heeft...

Voor wie dat denkt heb ik nieuws: mijn nachtblindheid is gisteravond bewezen.

Afgelopen weekend is de wintertijd weer ingegaan, dat betekent dat ik gisteravond tegen zes uur in het donker naar huis reed. Geen pretje voor mij dus. Bovendien regende het.
Ondanks het slechte zicht koos ik voor een ongemakkelijke - doch snellere - route door de A28 te verlaten en via een onverlicht landweggetje naar huis te rijden.
Ik was niet de enige, die dat deed. 
Achter mij reden verschillende auto's en ook kwamen meerdere auto's mij tegemoet.
Het zicht was daardoor gelukkig redelijk.

Ineens zag ik links in de berm een kat liggen.
Een witte kat met wat bruine vlekjes.
Het lijfje gebogen, het koppie naar beneden toe en een pootje daarom heen geslagen alsof de poes zich tegen een aanstormend wiel had willen beschermen.
Tevergeefs want hij was dood.
Tenminste, dat hoopte ik.
Mijn hart deed pijn bij de gedachte aan de aangereden kat. 
Bovendien was ik bang dat hij toch nog leefde en pijn leed.
Ik wilde daarom maar één ding: stoppen en kijken of ik de kat nog redden kon.

Mijn verstand won het echter van mijn gevoel.
Het zou onverantwoord zijn om op een onverlichte weg plotseling te stoppen en uit te stappen. Als er geen auto's achter mij hadden gereden, had ik het er misschien op durven wagen, maar die overweging hoefde ik niet te maken.
Het was nu gewoon te gevaarlijk.

Ik reed door met die lieve witte kat op mijn netvlies en vol schuldgevoel dat ik niets had kunnen doen. Zodra ik thuis was zou ik de dierenambulance bellen.
Het duurde nog wel even voordat het zover was want door een wegomlegging moest ik ook nog omrijden.
Thuisgekomen bleek het niet gemakkelijk te zijn om uit te vinden welke dierenambulance ik moest bellen. Ik belde dus prompt de verkeerde, maar de medewerker van de dierenbescherming zou zorgen dat ik door de juiste regio zou worden teruggebeld.
Dat gebeurde ook en ik was blij uit te kunnen leggen waar de kat lag.

Ongeveer een half uur later werd ik opnieuw gebeld door de dierenambulance.
'Kunt u mij ook vertellen welke kleur de kat heeft?'
'Wit,' zei ik en voelde al enige nattigheid.
'Heeft u de kat vlak voor een boerderij aan de linkerkant zien liggen?'
'Ja, inderdaad, na het bord 60 en voor een boerderij.'

Volgde nu het antwoord dat ik sinds het eerste telefoontje met de dierenambulance gevreesd had?

'Dan was het geen kat, maar een zeemeeuw.'

Ik kon alleen maar opgelucht zijn dat het geen kat was en dat de dierenambulance toch niet voor niets was uitgerukt. Opgetogen riep ik dan ook uit:

'Gelukkig maar want dode vogels halen jullie toch ook op?'

'Jaaa...' was het antwoord waarin enige verbazing over mijn blijdschap doorklonk.

Zij kon ook niet weten dat ik mij in de tussentijd allang had afgevraagd of ik toch niet een stuk papier had zien liggen en de dierenambulance voor niets op pad had gestuurd!

Het heeft mij nog wel even bezig gehouden hoe het kan dat ik die poes zo gedetailleerd op mijn netvlies had gehad. Dat witte lijfje, lieve snuitje en een pootje beschermend langs zijn koppie geslagen...
 
Bewijs van nachtblindheid of van mijn grote verbeeldingskracht?

TerugVerder