MARCELLA KLEINE    Boeken met spanning

   Lachen van verbijstering 

Een beperkte ruimte doet gekke dingen met de mens, zo heb ik gisteren ervaren.
Ik heb een hekel aan het reizen met openbaar vervoer en vermijd dat daarom ook zo veel mogelijk. Geef mij maar de auto, tenzij ik een gratis NS-reisticket in de schoot geworpen krijg zoals gisteren het geval was. Die reis heeft echter al mijn vooroordelen weer bevestigd. Rennen om aansluitingen te halen of juist heel lang wachten omdat ik net weer een aansluiting had gemist. Onduidelijk aangegeven informatie en overvolle treinen omdat er tal van treinen niet reden vanwege uiteenlopende redenen. En dat gewoon op zaterdag. Dat treinen door de weeks overvol zitten, daar kan ik mij wat bij voorstellen, maar op zaterdagavond laat?
Afijn, daar stond ik dus samen met mijn vriendin en nog tal van blanke en gekleurde medelanders in het voorportaal van de trein. Zitplaatsen waren er niet meer en wij stonden opeen gepakt als koeien op weg naar het slachthuis. Als sardientjes in een blik, alleen lagen wij niet, maar stonden wij en hielden wij elkaar daarmee op de been tijdens het gewiebel van de trein. Omvallen was niet mogelijk.
In zo’n situatie kun je niet meer om elkaar heen en ontstaat er vanzelf contact.
Een aantal mensen voerde de boventoon in de opmerkingen, die over en weer gingen.
 Een oude man met koffer werd bevolen om op zijn klapstoeltje te blijven zitten tijdens het openen van de treindeuren. Binnenkomende passagiers zouden dan direct zien dat binnenkomen geen optie was.
Ze kwamen toch binnen en wij kwamen nog dichter op elkaar te staan. Eén van de nieuwkomers, een man met een Indonesisch gelaat, waagde het zich verder in het gedrang te wringen om naar het toilet te gaan. Met het trekken aan de toiletdeur duwde hij de mensen, voor zover mogelijk, nog dichter op elkaar. In antwoord op zijn poging om de deur te openen, duwden verschillende mensen tegen de deur aan om deze weer dicht te drukken.
‘U mag niet naar het toilet. Het kan niet.’
Had hij hoge nood of was hij zo slim om een rustig en ruim plekje voor zichzelf te zoeken op het toilet? Wat zijn doel ook was, hij zette door. Onder luid protest van de mensen in de hal. Zodra de man in het toilet was ontstond er een verbond tussen de mensen, die het dichtst bij de deur stonden.
‘Hij mag er niet meer uit’, zei de een. ‘Hou de deur dicht,’ zei de ander.
Het genot op het gezicht van het Turkse meisje dat de deurkruk omhoog hield en haar volle gewicht tegen de deur zette, zal ik niet gauw vergeten. Zij genoot met volle teugen van deze actie. Een oudere dame, die samen met haar kleindochter van een jaar of zeven reisde, duwde ook tegen de deur. Zij plaatste haar voeten tegen de onderkant van de deur om het gewicht tegen de deur te verdelen. Andere mensen sloten zich bij hen aan en duwden mee. De saamhorigheid, die zij ineens voelden, was van hun gezichten af te lezen. Ze keken elkaar samenzweerderig en triomfantelijk aan. ‘Deze man komt niet meer van het toilet af.’
Toen het toilet werd doorgetrokken keken zij elkaar weer aan en woordeloos bundelden zij hun krachten door nog harder tegen de deur te duwen.
En ik? Ik stond samen met mijn vriendin achteraan en heb met wisselende gevoelens tussen alle lichamen door naar dit tafereel staan kijken. Eerst hebben we er met plezier om gelachen. ‘Kijk nu eens wat die mensen doen’.  Maar later keken we met groeiende verbijstering toe. Dit is dus wat er gebeurt met te veel mensen in een te kleine ruimte. Het haalt het slechte in hen naar boven en zij voelen zich ineens verbonden in een actie tegen iemand die toevallig hun weerzin heeft opgeroepen. En waarom? Alleen maar omdat hij naar het toilet moest.
Misschien beschikte de tengere, Indonesische man over magische krachten want het lukte hem om de deur steeds verder open te duwen en onaangedaan uit het toilet te komen. Met een nietszeggende uitdrukking op zijn gezicht is hij daarna tussen de overige passagiers blijven staan.
Zich bewust van mijn lachende gezicht heeft het Turkse meisje, over de schouders van anderen heen, nog een aantal keren een lachende blik naar mij geworpen. Waarom? Waarschijnlijk om bij mij een spiegel te vinden voor de actie die zij en haar medepassagiers hadden gevoerd. Zij vond die spiegel ook, want ik moest nog steeds lachen omdat ik niet kon geloven wat zich daar voor mijn ogen had afgespeeld.
Lachen van verbijstering.

TerugVerder