MARCELLA KLEINE    Boeken met spanning

 Kleurrijke gesprekken

Mijn kinderen hadden het al gezegd: ‘Je haar is te donker.’
Zelf dacht ik dat het wel meeviel, maar vandaag kreeg ik uit onverwachte hoek een bevestiging van hun woorden.

De laatste jaren is mijn warrige haarbos vanzelf uitgedund en lichter dan donkerblond geworden. Wie denkt dat het een fluitje van een cent is om het haar naar de eigen kleur terug te brengen, komt bedrogen uit. Alles wat ik erop aan breng, maakt het donkerder dan het ooit is geweest.

Ik begon al weer een tijdje terug met bruin. Effect: zwart.
Daarna probeerde ik middenbruin uit, dat moest toch wel de goede kleur zijn.
Weer mis; mijn haar werd slechts iets lichter dan zwart.
Nadat mijn haar in de woestijn wel erg licht van kleur was geworden, was het tijd voor een nieuwe haarkleur. Lichtbruin dit keer. Nu zou het helemaal goed komen.

‘Mam, je haar is veel te zwart en hier en daar zelfs paars.’
Shit, dat was niet de bedoeling!

Snel het haar gewassen in een poging het weer lichter te maken. Het paars ging er uit, maar het zwart bleef.
Het zwart bleef niet onopgemerkt, merkte ik vandaag in gesprek met een cliënt.

Midden in zijn verhaal keek hij mij ineens aan.
‘Ben jij Indisch?’
Even voelde ik mij gestreeld. In mijn ogen zijn Indische mensen namelijk knap.
Er was geen verleiding om hem in die waan te laten want als vertrouwenspersoon moet ik natuurlijk eerlijk zijn.

‘Nee, ik ben niet Indisch. Waarom dacht je dat?’
Misschien wel door mijn donkere haar in combinatie met mijn door de zon gebruinde huid?
Hij beantwoordde mijn vraag niet maar liet opgetogen blijken dat hij de verklaring voor mijn uiterlijk had gevonden.

‘Als je niet Indisch bent, dan ben jij natuurlijk een kamper!’

In eerste instantie ging er een glimlach over mijn lippen. Een kamper, dat mij dat nog eens gezegd zou worden. Ineens zag ik mijzelf weer als veertienjarige, die de kelder in dook op zoek naar oude kleding van mijn ouders om deze  te vermaken tot …. zigeunerkleding.
Tot ontsteltenis van mijn moeder liep ik in de meest vreemde gewaden, gemaakt van haar oude jurken of van mijn vaders overhemden. Grote oorbellen in mijn oren en mijn lange donkerblonde haren krulden woest langs mijn hoofd en over mijn schouders.
Wat wilde ik graag een zigeunerin zijn. Die mensen met hun vrije leven en hun vrije geest!
Bovendien bewonderde ik de zigeuners om hun mooie uiterlijk. Donkere ogen, zwarte haren en lichtgetinte huid.

Na deze flits uit mijn verleden, was ik weer snel terug in het hier en nu.
Ik zag er dus uit als een kamper. Niet bepaald een compliment.
Maar wat een lef! Wat heerlijk dat je zoiets durft te zeggen.
Misschien is dat het enige voordeel van licht verstandelijk beperkt te zijn?

Aan het einde van mijn werkdag - in de auto, een goed moment voor overdenkingen – dacht ik weer aan de woorden van deze cliënt.
En moest er vreselijk om lachen. Gelukkig maar, voor hetzelfde had ik mij diep beledigd gevoeld.
Ik herinnerde mij ineens weer een andere cliënt, die onlangs ook een opmerkelijke constatering had gedaan.

In de eerste zomerzon hadden we ons gesprek in de tuin gevoerd.
Hij had mij zijn ontboezemingen gedaan en vond het toen blijkbaar tijd om mij ook eens een openhartige vraag te stellen. ‘Marcella, ben jij onzeker?’
Zijn vraag verraste mij.
Direct bedacht ik mij dat die vraag een gesprek over zijn eigen onzekerheid zou moeten inleiden.
Het leek mij dan ook goed hem alvast gerust te stellen.
‘Soms lijken mensen heel zeker, maar ieder mens heeft wel eens momenten waarop hij onzeker is. Ik heb dat ook wel eens.’
‘Ja, dat dacht ik al.’
Nu was mijn nieuwsgierigheid gewekt. ‘Hoezo?’
‘Nou….’ hij keek vanuit zijn ooghoeken naar beneden.
Ik volgde zijn blik en zag uit mijn opengewerkte zomerschoenen een paar felgekleurde teennagels naar buiten kijken.
Hij keek weer omhoog, naar mijn gezicht en maakte zijn zin af.

‘Nou, ik denk maar zo dat wie zich achter knalrode lippen en opgesmukte ogen moet verstoppen, wel heel erg onzeker is. Anders heb je dat toch niet nodig?’

Ik vond zijn conclusie geweldig.
Als je met al je zichtbare en onzichtbare beperkingen zo jezelf durft te zijn en zo zeker zoals hij, dan is dat toch geweldig?!
Hij heeft geen kleurtjes nodig om zichzelf neer te zetten. What you see is what you get.

Zonder lippenstift of lijntje onder mijn ogen, ga ìk echter de deur niet uit. Dan vind ik mezelf onverzorgd.
Of is dat onzekerheid?
Zo heb ik dat zelf nooit gezien, voor mij heeft het meer met ijdelheid te maken.

Of is het een ijdele poging om onzekerheid te maskeren?
Misschien was dat ooit zo, lang geleden. Maar nu niet meer.
 Toch?

 

TerugVerder